Vele jaren was Francis Bacon een schilder die mij de weg wees en nog steeds raadpleeg ik hem vaak. Vandaar dat ik de tentoonstelling ‘FRANCIS BACON: THE HUMAN PRESENCE’ moest zien. Het was de derde keer dat ik een overzichtstentoonstelling van hem bezocht. (klik op de titel om naar de National Portrait Gallery site te gaan)
Ik denk te kunnen zeggen dat na al die jaren van door boeken over hem te bladeren (ik heb er acht; een is de uitgebreide biografie en dan zijn er twee waarin hijzelf veelvuldig aan het woord komt, de rest is vooral gevuld met afbeeldingen) en zijn werk vaak in het echt te hebben gezien, ik een duidelijk beeld over wat zijn werk inhoudt heb.
Geboren vlak voor de Eerste Wereld Oorlog en beroemd geworden vlak na de Tweede Wereld Oorlog maakt dat je in zijn werk natuurlijk de weerklank van die gebeurtenissen vindt ook al zal hij dat hebben ontkend. In zekere zin terecht, zijn werk gaat niet zozeer over de oorlogen als wel over een staat van zijn, in de wereld staan. Een en ander paste goed bij zijn karakter (een wat getormenteerde sado-masochist) en ongelukkige opvoeding. Je zou kunnen zeggen, de man met de juiste karaktereigenschappen op het juiste moment en de juiste plaats.
Wat hem voor mij zo waardevol maakt is de grondtoon van vleselijkheid. Waar bij Picasso de getormenteerde fysieke aanwezigheid niet zo zwaar aangezet is, zelfs niet bij zijn ‘GUENICA’, dreunt die bij bijna alle werken van Bacon door.
Zijn breken van de realistische afbeelding heeft hier mee te maken, is een zinvolle verdraaiing.
Hij heeft nooit een gedegen opleiding in schilderen naar de natuur gehad. Dit maakt dat in de gedeeltes waar het er niet echt om draait hij soms wel erg banaal tekeer gaat. In de vijftiger jaren geeft hij de achtergrond vaak een levendige rol, speelt mee, daarna wordt het veelal een soort van figuurzagen.
Ik smokkel/lieg hier een beetje, omdat ik deze twee wilde tonen, het dekt de lading niet echt, maar nou ja... die schoen in het rechterdoek, zoals die naar voren komt, is wat ik wilde laten zien... Zijn wijze van werken is erg direct, er is weinig gelaagdheid en dus weinig mogelijkheid tot correctie. Veelal is het een enkele laag verf over een ondergrond. Alleen in de gezichten wil hij soms verder doorwerken. Wat opvalt (daarvoor moet het werk in het echt worden gezien) is dat zijn figuren niet alleen vaak in een gesloten ruimte zitten (soms werkelijk als in een glazen kubus) maar daarin ook als het ware afgesloten van die ruimte zijn doordat de achtergrond, de ruimte waarin ze zich bevinden niet achter ze doorloopt. Vandaar mijn opmerking over figuurzagen. Ze zijn als het ware uitgezaagd, omlijnd door het onbewerkte achterdoek of omlijnd vaak in rood of groen.
Groen wat tot op zekere hoogte de omgekeerde kleur is van de menselijke huid. Bij bijna alle menselijke figuren gaat hij uit van de normale huiskleur. Waar hij prachtig mee speelt zijn de zware schaduwen. Slagschaduwen die als gaten werken waarin de vorm wel degelijk doorwerkt. Soms lijkt het of de persoon in zijn eigen huls gevangen zit.
Is zijn faam zo groot omdat we nog zo duidelijk de ‘Zeitgeist’ van de twee wereldoorlogen voelen? Zal hij zoals bijvoorbeeld Lourens Alma Tadema na enige tijd van zijn troon tuimelen? Ik denk dat dat moment zeker aan zal breken. Zoals dit ook voor Picasso en Matisse zal gelden. De uitvinding van de fotografie en daar mee samenhangende evolutie in de schilderkunst zal vervagen, is misschien al deels vervaagd. Heeft het nog werkelijk zin om kubistisch tekeer te gaan? Was het eerst een revolutie, een nieuwe wijze van de wereld tonen afgezet tegen de foto, nu is het vaak een holle kreet, geslaakt omdat de techniek iets adequaat weer te geven ontbreekt. En soms raakt ook Bacon hier wat van de rails. In plaats van een secondair gedeelte 'zorgvuldig vaag' te schilderen, iets door suggestie, maar niet zwaar aangezet te schilderen, is hij soms wel erg gemakzuchtig en banaal. Bij hem vaak geen goede 'sprezzatura'...
Een uitzondering is dit doek. Hier klopt voor mij alles.
En waar moeten we naartoe? We zijn voorbij de zwarte doeken van Rothko en wat nu? In andere teksten heb ik het er vaak over gehad; er schuilt wel degelijk ‘vooruitgang’ in wat sommige kunstenaars nu maken. Ik moet Wittgenstein er nog eens op naslaan; na zijn Tractatus Logicus-Philosophicus had hij het over taalspelen... als je de randen hebt gevonden waar alles zich in kan bevinden moet je rondzwemmen en genieten. En niet aan de randen blijven hangen.
Waarom wilde Bacon al zijn werk achter glas verbergen? Het schept afstand. Natuurlijk, aangezien hij op ongeprepareerd doek werkte is zijn werk fragiel, maar was dat voor hem de reden? Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling stoorde het aanzienlijk. Ok, hierdoor ben je je eigen aanwezigheid meer bewust als ook de omringende omgeving. Dat kan een reden zijn geweest, er is het werk en jij bent duidelijk aanwezig… maar de reflectie van het licht van de nooduitgang speelde wel een erg opvallende rol in dit schilderij...
Hij was een bewonderaar van Rembrandt, Van Gogh en Velazquez. Van de laatste twee maakte hij een serie op hun geïnspireerde werken. Het opvallende is dat hij het portret van de paus Innocenzo X nooit heeft gezien. Ook daar weer die afstand zoals het glas? Is het de angst voor de ultieme confrontatie?
Ik voel bij zijn commentaren over Michelangelo jaloezie. De getormenteerdheid, de in zijn beelden gevangen energie heeft hem enorm aangesproken. De lichamen in de schilderijen van Bacon komen er karig vanaf. Veelal zijn ze weergegeven in niet meer dan gedraaide vegen. De lichamen blijven vaak plat en onbeholpen. Hij komt niet in de buurt bij Michelangelo.
Ook hier valt het op dat de lichamen veelal in een gesloten positie worden geschilderd. Veel handen in de schoot of armen om de benen geslagen. Vaak weinig aandacht aan de uitwerking, detaillering van het lichaam. Bij Michelangelo is het lichaam zeer aanwezig. Daverend aanwezig.
Het karigst zijn de ruimtes die Bacon schildert. Wanden en vloeren in slechts een egale kleur geschilderd.
Aanvankelijk zijn de personages op zijn doeken anoniem, later gaat hij vrienden en bekenden portretteren.
Het lukt hem (nog) niet echt Lucien Freud of Frank Auerbach te treffen.
Dat lukt later wel beter bij Muriel Belcher, Henrietta Moraes, Isabel Rawsthorne en het meest bij George Dyer. Op zich met alle toetakeling een enorme prestatie.
Op latere leeftijd ontglipt het hem, wordt het een trucje of te gewoontjes.
Eeuwig jammer is dat hij na de gouden jaren (de zestiger en begin zeventiger -) meer en meer een karikatuur van zichzelf werd. Was het de drank, de omgeving van bewonderaars of beiden? Het kan ook zijn dat hij geen ontwikkeling zag, bleef steken in hetzelfde idioom. Het werd een trucje. Men zegt dat zijn werk zachter van toon werd; het werd vormelozer, clichématig en krachteloos. De markt ging daar aan voorbij, lang leve het genie! Jammer… ik laat geen afbeeldingen van late werken zien.
Wat me zeer dierbaar was, was het zien van het kleine in bruinen geschilderde zelfportretje van Rembrandt. Ik geloof dat er aan getwijfeld wordt of het werkelijk door Rembrandt geschilderd is. Het is me om het even. Het heeft die heerlijke ‘vetheid’ van zijn andere werken. Wat ik denk is dat hij wellicht zo tevreden was met de schetsmatige onderschildering dat hij er niet aan door is gegaan. Ik bekijk alles met een schilders-mentaliteit en dan maakt het niet uit wie het geschilderd heeft of dat het een ‘volwaardige’ Rembrandt is. Als het me maar bevalt.
Ook hier weer de grootste moeite het goed te zien, laat staan er een fatsoenlijke foto van te maken. Ik begrijp dat vanwege sommige milieu-idioten veel werken achter glas verdwijnen, maar het maakt de wereld er zo veel treuriger op…
Zoals ook al die doeken met krakkemikkig in elkaar geprutste kubistische gedrochten die naast de relativiteit van een enkelbeeldige weergave en interpretatie daarvan ook nog eens een spastische kreet van het zogenaamde onderbewuste slaken.
Wat is mijn eindconclusie… Ik ben heel blij de tentoonstelling te hebben bezocht, voor mij is hij een hele grote en moet dus des te kritischer worden ontleed. Ik put inspiratie niet alleen uit wat ik prachtig vind, ook wat me irriteert helpt me verder.
Om niet te eindigen met een afbeelding van Rembrandt, hier nog het drieluik waarin Bacon het sterven van George Dyer memoreert.
Ik logeerde bij mijn dierbare vriendin Janet, ze schrijft voor theater, film en tv, schrijft gedichten, kortom, iemand met passie (klik op haar naam om naar haar site te gaan).
En ik zag het toneelstuk waarin Nicole de hoofdrol speelde. Ik had haar en Brian al zo lang niet gezien… als excuus was de tentoonstelling het meer dan waard naar Londen te gaan.
Nodeloos te zeggen dat ik voor mijn vrienden pata negra mee had genomen.
Behalve het drieluik getoond bij de ‘GUERNICA’ zijn alle afbeeldingen van schilderijen te zien op de tentoonstelling.
De tentoonstelling duurt tot 19 januari 2025. En de video, wat moet ik nog meer zeggen...